Over mijn “licht-tekeningen” (1996)

Wil je het licht waarin de dingen zichtbaar zijn tekenen dan kun je dat niet met een witte stift op een wit blad. Je doet dat met een min of meer zwarte stift. Het zwart van de tekenstift verliest zijn materialiteit wanneer je het gebruikt in functie van het ontstaan van het licht zoals dat in het beschreven fenomeen gebeurt.

Mijn lichte tekeningen kunnen bezwaarlijk gereproduceerd worden en zijn dan ook minder bekend. Ze zijn ook kwetsbaar omdat ze 'als object’ overgeleverd zijn aan de wisselvalligheden van de omgeving. Zo heb ik tekeningen gemaakt die geen schrijlinks licht verdragen omdat de schaduw van de korrel van het papier donkerder is dan de tonen die ik zelf heb getekend.

Wanneer dergelijke tekeningen achter glas geplaatst worden dan is het minste foutje in dat glas hinderlijk. Herhaaldelijk hebben lijstenmakers hun werk voor mij moeten herdoen. Van hetzelfde glas geplaatst voor een tekening op handgeschept papier met ruwe onregelmatige korrel zou men dergelijke foutjes niet eens merken.

Toevalligheden van de materre zijn voor de plastische kunstenaar een rijkdom als hij ze weet aan te wenden in dienst van zijn intensies.

Een al te grof oppervlak kan de tekenrng overwoekeren. Anderzijds kun je niet tekenen op een korrelloos spiegelglad vlak.

Merkwaardig in die licht-tekeningen is dat je van dichtbij vloeiende tonen ziet die op afstand duidelijke vormen aannemen. Zo bvb. in een portrettekening zie je dan dichtbij geen details zoals de rimpels in het gelaat van een oudere persoon, die je wel op afstand ziet. De toeschouwer moet de juiste afstand vinden om 'het fenomeen’ te kunnen waarnemen.

[illustratie: portret van dochtertje Raphaella, 1960]

 

Idem onderwerp (uit een brief aan broer Henri Smits, 1995)

Enerzijds is er het model. Anderzijds is er het materiaal: papier, bister, water, rietpen en penseel.  Daartussenin ben ik.

De tekening is zo licht getekend dat de lichte tonen zouden verdwijnen in de schaduw van de korrels van een gekorreld papier. Bij zijdelingse belichting wordt zulk papier donkerder.

Handgeschept papier is dus onregelmatig papier. De oppervlaktestructuur van zulk papier is al schoon op zich. Het is toeval. Water en een stok als tekenpen veroorzaken ook toevalligheden. Het is dan aan de tekenaar om snel en doeltreffend in te gaan op wat het materiaal biedt. Als dat lukt is de tekenaar creatief. Het onvoorziene gedrag van het materiaal wordt dan een rijkelijk geschenk.

Het materiaal overwinnen door het creatief aan te wenden is een therapeutische oefening in aanvaarden. Zeker voor mensen die onthechting zoeken en volmaaktheid nastreven, ...

 

Over mijn “licht-tekeningen” (1996)